• Woensdag 6 Juli : Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 4,7-15.
    Broeders en zusters, wij dragen een schat in aarden potten; duidelijk blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons. Wij worden aan alle kanten bestookt, maar raken toch niet klem; wij zien geen uitweg meer, maar wij zijn nooit ten einde raad; wij worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeveld maar gaan er niet aan dood. Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden. Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd om Jezus' wil, opdat ook het leven van Jezus zich zou openba­ren in ons sterfelijk bestaan. Zo verricht de dood zijn werk in ons en het leven in u. Maar wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken. Ook wij geloven en daarom spreken wij. Want wij weten, dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt, ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken, om ons tot zich te voeren, samen met u. Want alles gebeurt voor u: de genade moet zich in velen verme­nigvuldigen, zodat steeds meer mensen dank brengen aan God, tot eer van zijn naam.
  • Woensdag 6 Juli : Psalmen 126(125),1-2.3.4-5.6.
    De Heer bracht Sions ballingen terug, het was alsof wij droomden. Toen lachten alle monden, en juichte elke tong. Toen zei men bij de volken geweldig is het wat de Heer ons deed Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij. Keer nu ons lot ten goede, Heer, zoals een beek doet in de Zuid-woestijn. Die onder tranen zaaien zij oogsten met gejuich. Vol zorgen gaan zij uit met zaaizakken beladen; maar keren zingend weer beladen met hun schoven.
  • Woensdag 6 Juli : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 10,17-22.
    In die tijd zei Jezus tot de twaalf: Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen. Gij zult voor stadhou­ders en konin­gen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen. Maakt u echter, wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken: op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader. De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden, de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden.
  • Woensdag 6 Juli : Paus Franciscus
    Wij moeten de moed van het geloof hebben en ons niet laten meeslepen door een geestestoestand die ons zegt “God dient tot niets, Hij is niet belangrijk voor u”, enz. Integendeel: (…) God is onze sterkte! God is onze hoop! Dierbare broeders en zusters, wij moeten de eersten zijn om deze hoop stevig te bewaren en er voor iedereen een zichtbaar, duidelijk, helder teken van te zijn.(…) De hoop die wij als Christen hebben, is sterk, zeker, stevig op deze aarde waar God ons geroepen heeft, en zij staat open op de eeuwigheid omdat zij gegrondvest is op God die altijd trouw is. (…) Met Christus door het Doopsel verrezen zijn, met de gave van het geloof, voor een erfenis die niet bederft, doet ons nog meer de dingen van God zoeken, nog meer aan Hem denken, nog meer tot Hem bidden. Christen zijn herleidt zich niet tot het volgen van de geboden, maar wil zeggen met Christus zijn, denken zoals Hij, handelen zoals Hij, liefhebben zoals Hij; het is Hem bezit laten nemen van ons leven en Hem ons leven laten veranderen, omvormen, bevrijden van de duisternis van kwaad en zonde. Dierbare broeders en zusters, tot wie ons rekenschap vraagt van de hoop die in ons leeft, verwijzen wij naar de verrezen Christus. Verwijzen wij naar Hem door de verkondiging van het woord, maar vooral door als verrezene te leven. Tonen wij de vreugde omdat we kind van God zijn, de vrijheid die ons het leven in Christus geeft, die de ware vrijheid is, de vrijheid die ons redt van de slavernij van kwaad, zonde en dood! Laten wij naar ons hemels vaderland kijken, we zullen een nieuw licht hebben en kracht ontvangen voor onze dagelijkse inzet en inspanningen. Het is een waardevolle dienst die wij de wereld moeten bieden die er dikwijls niet in slaagt haar blik te verheffen, haar blik tot God te verheffen.
  • Dinsdag 5 Juli : Uit de profeet Hosea 8,4-7.11-13.
    Zo spreekt de Heer: De kinderen van Israël hebben koningen aangesteld, maar buiten Mij om; zij hebben zich leiders gekozen, maar buiten Mijn weten. Van hun zilver en goud maakten zij afgodsbeelden, goed om stukgeslagen te worden. Verwijder toch uw stierebeeld, Samaria! Mijn toorn ontbrandt tegen hen. Hoelang zal het nog duren? Zijn ze dan niet tot onschuld in staat? Ja, die afgod komt uit Israël, door een kunstenaar daar gemaakt, maar het is geen god. Ja, het zal versplinterd worden, dat stierebeeld van Samaria! Ja, zij zaaien wind, maar storm zullen zij oogsten: de halmen waar geen groei in zit geven geen meel, en al geven zij het wel, vreemden vrat en het op. Ja, Efraim heeft zijn altaren talrijk gemaakt, maar die dienden om te zondigen, altaren om te zondigen! Al schrijf Ik mijn wet ook nog zo vaak aan hem voor, zij geldt als de wet van een vreemde. Zij brengen offers naar hun eigen welbehagen en eten van het offervlees, maar de Heer aanvaardt die niet. Nu herinnert Hij zich hun schuld en straft Hij hun zonden: zij gaan naar Egypte terug!
  • Dinsdag 5 Juli : Psalmen 115(113B),3-4.5-6.7-8.9-10.
    De God van Israël is in de hemel, Hij handelt zoals Hij verkiest Hun afgodsbeelden zijn zilver en goud, door mensenhanden vervaardigd. Ze hebben een mond, spreken niet zij hebben ogen, maar zien niet. zij hebben oren, maar horen niet zij hebben een neus, maar zij ruiken niet. zij hebben handen en tasten niet, zij hebben voeten en lopen niet er komt geen geluid uit hun keel. Al even onnozel is hij die ze maakt en die vertrouwt op hun macht. Israël vertrouwd op de Heer, Hij is hun helper en schild. Aäron stam vertrouwd op de Heer, Hij is hun helper en schild.
  • Dinsdag 5 Juli : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 9,32-38.
    In die tijd bracht men Jezus een stomme die door de duivel bezeten was. Zodra de duivel was uitgedre­ven, begon de stomme te spreken. De mensen zeiden vol verbazing: 'Nog nooit heeft men in Israël zo iets gezien.' Maar de Farizeeën zeiden: 'De vorst der duivels stelt Hem in staat de duivels uit te drijven.' Jezus ging rond door alle steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf in hun synagogen en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas. Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: 'De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.'

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"