RK parochie Heilige Titus Brandsma St. Bernulphus Oosterbeek

  • Vrijdag 9 Oktober : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 3,7-14.
    Broeders en zusters, ge ziet het: de mensen van geloof, dat zijn de kinderen van Abraham. En daar de Schrift voorzag, dat God de heidenvolken zou rechtvaardigen door het geloof, heeft zij aan Abraham bij voorbaat het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken worden gezegend. De mensen van geloof worden dus gezegend, samen met Abraham, de gelovige. Maar de mensen van de wetswerken liggen onder een vloek. Er staat immers geschreven: Vervloekt is ieder die zich niet metter­daad houdt aan alle voorschriften in het boek der wet, Trouwens, dat niemand door een wet bij God gerecht­vaar­digd wordt, is evident, want: Hij die door het geloof gerechtvaardigd is zal leven. Welnu, de wet heeft niet met geloven te maken, maar: Hij die deze dingen doet zal daardoor tot het leven komen. Christus heeft ons bevrijd van de vloek der wet door zelf voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt alwie hangt aan het hout, ‑ opdat in Jezus Christus de zegen van Abraham zou komen over de heidenvolken, opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door middel van het geloof.
  • Vrijdag 9 Oktober : Psalmen 111(110),1-2.3-4.5-6.
    De Heer wil ik danken uit heel mijn hart, te midden der vromen, voor heel de gemeente. Geweldig is alles wat Hij verricht, de aandacht boeiend van elk die het nagaat. Mildheid en majesteit spreekt uit zijn daden, eeuwig blijft Hij rechtvaardig en trouw. Wonderen deed Hij om nooit te vergeten, minzaam en liefdevol toont zich te Heer. Voedsel geeft Hij aan die Hem vereren, altijd herinnert Hij zich zijn verbond. Hij toonde zijn volk de kracht van zijn daden en gaf hen het heidense land in bezit.
  • Vrijdag 9 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 11,15-26.
    Toen Jezus eens een duivel had uitgedreven zeiden enkelen: 'Door Beëlzebul, de vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit.' Anderen, om Hem op de proef te stellen, verlangen van Hem een teken uit de hemel. Maar Hij kende hun gedachten en sprak tot hen: 'Elk rijk dat innerlijk verdeeld is, vervalt tot een woeste­nij, het ene huis valt op het andere. Als nu ook de satan met zichzelf in strijd is, hoe kan zijn rijk dan standhouden? Ge zegt immers, dat ik door Beelzebul de duivels uitdrijf. Als Ik door Beëlzebul de duivels uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn. Maar als ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is inderdaad het Rijk Gods tot u gekomen. Wanneer een sterke, welbewapend, zijn huis en hof bewaakt, is zijn bezit veilig. Komt er echter iemand die sterker is dan hij en die hem overwint, dan rooft deze zijn volle uitrusting, waarop hij zijn vertrouwen stelde, en verdeelt wat hij bezit als buit. Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen. Wanneer de onreine geest een mens verlaat, gaat hij rondzwerven in dorre streken op zoek naar rust. Vindt hij die niet, dan zegt hij: Ik keer terug naar mijn huis, dat ik verlaten heb. Bij zijn komst vind hij het schoonge­maakt en op orde. Dan gaat hij zeven andere geesten erbij halen, nog slechter dan hijzelf; ze trekken erin en gaan daar wonen. Het laatste is voor die mens nog erger dan het eerste.'
  • Vrijdag 9 Oktober : H. Nerses Snorhali
    Bij de heilige Bron van de zuiverheid, waarin Gij mij opnieuw hebt geschapen, zijn de demonen van het kwaad uit mij weggegaan, die door de slang in mij waren binnengedrongen. Toen zij rondzwierven door dorre plaatsen, in zielen die vrij waren van ondeugd, vonden zij daar geen plaats om te rusten, omdat zij zich daar niet thuis voelden. Maar omdat de bron van de zondekwaal voortdurend en zonder einde uit mij opwelt, en mijn eigen ziel geheel is ingericht als een huis en verblijfplaats voor haar, heeft de eerste demon zeven metgezellen genomen, de meest verdorven in hun slechte levenswijze, en hij heeft hen bij zich gevoegd en is met hen teruggekeerd naar het huis van mijn ziel. Mijn laatste toestand is erger geworden dan de eerste in boosheid; want men kan zich niet langer aan de bron reinigen, behalve door ascese en versterving. Maar hij, die zeer listig is, heeft, nadat hij de vesting had ingenomen, er opnieuw een tweede maal over geheerst, volgens zijn oude tactiek. Gij, verwerp hem opnieuw, zo bidden wij U, naar de woestijn van de afgronden, ook al gebeurt dit niet volgens de Wet, maar overeenkomstig uw overvloedige genade. En in plaats van de zeven boze geesten die Gij als Tegenstanders zult uitwerpen, wil dan in mij wonen: de Geest met de zeven gaven van uw genade.
  • Donderdag 8 Oktober : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 3,1-5.
    Domme Galaten, wie heeft jullie behekst? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk verkondigd als gekruisigd! Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt ge de Geest ontvangen door de wet te volbrengen of door gelovig te luisteren? Hoe kunt ge zo dom zijn! Ge zijt begonnen met de Geest, wilt ge nu eindigen met het vlees? Hebt ge zoveel meegemaakt voor niets? Dat kan ik niet aannemen. Nogmaals: Hij die u de Geest verleent en onder u wonderen werkt, doet Hij dat omdat ge de wet onderhoudt of omdat ge luistert en gelooft?
  • Donderdag 8 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1,69-70.71-72.73-75.
    Een Redder heeft Hij voor verwekt in het geslacht van David, zijn dienaar, Zoals Hij reeds van oudsher had verklaard bij monde van zijn heilige profeten. Verlossing uit de macht van onze vijanden en uit de hand van allen die ons haten. Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn, zijn heilige verbond gestand doen; De eed aan onze vader Abraham gezworen ons eenmaal te verlenen: Om aan de greep van vijanden ontrukt Hem zonder vrees te dienen; In vroomheid en gerechtigheid al onze dagen voor zijn aanschijn.
  • Donderdag 8 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 11,5-13.
    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Stel, iemand van u heeft een vriend. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: 'Val me niet lastig, de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het je te geven? Ik zeg u: als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt, verkrijgt; wie zoekt, vindt; en voor wie klopt, wordt opengedaan. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt, zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt, zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus, ofschoon ge slecht zijt, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.'

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org" 

ICOON_ZWART_TitusBrandsmaParochie.pngSt. Bernulphus geloofsgemeenschap, Utrechtseweg 129, 6862AG Oosterbeek, tel: 026-3333200, mail: oosterbeek@pztb.nl
IBAN: NL72 RABO 0156276720 o.v.v. Oosterbeek
Copyright © 2026 Heilige Titus Brandsma parochie, Locatie Bernulphus Oosterbeek. Alle rechten voorbehouden.